WEST-FRIESLAND GEWEST

Leeuwendaalder 1649. Mmt. lelie. Delm. 836; CNM 2.31.17; Wf 17. Fraai/zeer fraai. € 100,00

Halve Nederlandse rijksdaalder 1623. Mmt. vijfbladige bloem. Delm. 956; CNM 2.31.27; Wf 27. Fraai. € 95,00

¼ Gulden of muntmeesterpenninkje 1759. Vz. staande Minerva met speer en vrijheidshoed. Kz. gekroond generaliteitswapen tussen jaartal.
Zilver ± 23 mm., kabelrand. Verkade 70.6; Wf 51. Zeer fraai. € 60,00

Scheepjesschelling of 6 stuiver 1755. Vz. driemaster naar rechts varend. Kz. gekroond provinciewapen tussen waarde. Muntmeesterteken haan.
Verkade 72.6; Wf 56. Zeer fraai. € 50,00
Dubbele stuiver 1671. Vz. klimmende leeuw naar links. Kz. drieregelige tekst boven jaartal.
CNM 2.31.55; Wf 62. Fraai. € 40,00

Dubbele wapenstuiver 1712. Vz. gekroond gewestelijk wapenschild tussen 2 - S. Kz. drieregelige tekst boven jaartal.
CNM 2.31.56; Wf 66. Zeer fraai. € 30,00

Dubbele wapenstuiver. Vz. gekroond gewestelijk wapenschild tussen 2 - S. Kz. drieregelige tekst boven jaartal.
CNM 2.31.57; Wf 67.

1715. Zeer fraai. € 15,00

1717. Romeinse 1 in jaartal. Zeer fraai. € 15,00

1717. Arabische 1 in jaartal. Zeer fraai. € 15,00

1724 uit 1723. Zeer fraai. € 30,00

1730. Zeer fraai. € 15,00

1731. Zeer fraai. € 15,00

1738. Zeer fraai. € 15,00

1745. Zeer fraai. € 15,00

1754. Zeer fraai. € 15,00

1758. Zeer fraai. € 15,00

1759. Zeer fraai. € 15,00

1759 uit 1758. Zeer fraai. € 30,00

1760. Zeer fraai. € 15,00

1762. Zeer fraai. € 15,00

1765. Zeer fraai. € 15,00

1767 uit 1766. Zeer fraai. € 30,00

1775 uit 1774. Zeer fraai. € 30,00

1777. Zeer fraai. € 20,00

1778. Fraai/zeer fraai. € 10,00

1787. Zeer fraai. € 15,00

1788 uit 1787. Zeer fraai. € 30,00

1794. Zeer fraai. € 15,00

DE GEOCTROIEERDE MUNT VAN ENKHUIZEN

 

 

Momenteel geen munten van De Geoctroieerde Enkhuizer Munt op voorraad.

De geoctroieerde munt van Enkhuizen mag worden beschouwd als een buitenbeentje in de provinciale muntslag. Haar ontstaansgeschiedenis:

Ondanks voortdurende pogingen het muntwezen te verbeteren en voor het hele gebied van de Nederlanden uniform te maken, bleef er veel ontevredenheid, vooral ook omdat er vele vreemde munten in omloop waren van vaak zeer slechte kwaliteit.
Door twee vreemdelingen, Theodoor Antony Stosch en Isaac Alexander d'Outerburg werden aan de Staten-Generaal voorstellen gedaan om het muntwezen te verbeteren. Deze beide heren wilden daarbij tevens de gehele muntvervaardiging pachten. Bij nader onderzoek bleek echter het verleden van deze heren verre van vlekkeloos te zijn en hun plannen werden naar de vuilnisbak verwezen. Theodoor Stosch wist echter een Amsterdamse zilversmid, Dirck Bosch, voor zijn plannen te winnen. Hij liet door Dirck Bosch bij de Staten van Holland opnieuw een verzoek om een octrooi indienen, maar ook deze poging strandde.

Daarna richtte Bosch zich tot de Gecommitteerde Raden van West-Friesland met een zelfde verzoek en stelde daarbij voor dat de drie Westfriese steden (Hoorn, Medemblik, Enkhuizen) 50% van de opbrengsten zouden krijgen of elk Fl. 1710,― per jaar. Na langdurig onderhandelen werd dit jaarlijkse bedrag verhoogd naar Fl. 2700,― en werd in principe het octrooi verleend op 29 mei 1671 ondanks een afwijkend advies van de Generaalmeester. Een bijkomende voorwaarde luidde dat Dirk Bosch aan de Gecommitteerde Raden en de Generaalmeester proefstukken van de uit te geven munten moest leveren.

Hier nu blijkt het merkwaardige feit dat er in Enkhuizen twee munthuizen actief waren: het reeds bestaande munthuis onder leiding van Gerrit van Romond (Ruijmund) en een nieuwe onder leiding van Dirck Bosch. Bosch had ondertussen een Amsterdamse medailleur, Christoffel Adolphi, in dienst genomen om nieuwe stempels te snijden. Bij de aanbieding van proefstukken aan de Gecommitteerde Raden en de Generaalmeester hield Bosch een vage toelichting en goochelde enigszins met de koersen. Hij slaagde erin het definitieve octrooi te verwerven in 1676. Later bleek dat Bosch met voor hem gunstiger koersen werkte en dat overigens keurig aanduidde met de woorden Bank Payement, later afgekort met de letters B.P. In 1678 bleek uit een onderzoek dat de munten niet meer voldeden aan de in het octrooi gestelde eisen en het zilvergehalte soms 4% te laag was. Het octrooi werd na een langdurig proces geschorst, alle stempels en muntwerktuigen in beslag genomen. Nieuwe particuliere octrooien zijn daarna nooit meer verleend.

Desalniettemin mag de hedendaagse verzamelaar van provinciale munten blij zijn want de door Christoffel Adolphi gesneden munten behoren, volgens velen, tot de fraaiste provinciale munten.

Bron: Wiese, W.F.G. De Westfriese Munt, 1974.